Je bestudeert de mens vanuit gezondheid, welzijn, onderwijs en samenleving. Sociale en gedragswetenschappen, filosofie en orthopedagogiek geven je de kaders, biologie, anatomie en fysiologie tonen je hoe het lichaam werkt. Met statistiek leer je onderzoek lezen en zelf verwerken. De theorie staat hier altijd in dienst van een herkenbare context.
Jouw vergelijking
Kom hieronder de verschillen en gelijkenissen tussen jouw gekozen richtingen te weten!
Scroll en kom de verschillen te weten.
De verschillen zijn aangeduid in het roos.
3e graad
Welzijnswetenschappen
Domein
Maatschappij en welzijn
Finaliteit
Doorstroom
Lessentabel
Vak |
5e jaar |
6e jaar |
|---|---|---|
| aardrijkskunde | 1 | 1 |
| actualiteit | 0 | 1 |
| Engels | 2 | 2 |
| esthetica | 1 | 0 |
| filosofie | 2 | 2 |
| Frans | 3 | 2 |
| geschiedenis | 1 | 1 |
| godsdienst optie CLIL | 2 | 2 |
| lichamelijke opvoeding | 2 | 2 |
| maatschappelijk project | 1 | 1 |
| natuurwetenschappen | 3 | 3 |
| Nederlands | 4 | 4 |
| eurolab | 1 | 1 |
| toegepaste sociale en gedragswetenschappen | 7 | 6 |
| statistiek | 0 | 1 |
| wiskunde | 2 | 3 |
| Totaal | 32 | 32 |
Voor wie?
Je wil de mens begrijpen, maar je doet dat het liefst vanuit een herkenbare context: gezondheid, welzijn, onderwijs, de samenleving waarin je zelf staat. Een theorie interesseert je pas echt wanneer je ziet wat ze verklaart in het leven van iemand van vlees en bloed. Je bent analytisch, je kan abstract denken en je legt verbanden tussen wat je in psychologie, filosofie en biologie leert.
Wat verwachten we van jou?
Deze richting is theoretisch, dus stevig studeren hoort erbij. We verwachten dat je begrippen precies gebruikt, dat je theorieën uit elkaar kan houden en dat je ze correct kan toepassen op een concreet geval. Daarnaast verwachten we een open en respectvolle houding, want je praat hier over kwetsbaarheid, gezondheid en verschillen tussen mensen. Statistiek maakt deel uit van het pakket, dus een zekere cijfermatige aanleg helpt je vooruit.
Wat leer je?
- Sociale en gedragswetenschappen: hoe mensen zich ontwikkelen, gedragen en tot elkaar verhouden.
- Filosofie: nadenken over de mens, goed en kwaad, geluk en zingeving.
- Orthopedagogiek en agogisch handelen als wetenschappelijk kader.
- Anatomie en fysiologie: hoe het menselijk lichaam werkt.
- Statistiek: onderzoeksresultaten lezen, interpreteren en zelf verwerken.
- Sociaal recht en communicatie, telkens vanuit contexten uit gezondheid, welzijn en samenleving.
Wat is het verschil met Humane wetenschappen?
Beide richtingen bestuderen de mens en de samenleving en beide zijn theoretisch. Welzijnswetenschappen vertrekt van concrete toepassingsgebieden zoals gezondheid, welzijn en onderwijs, en voegt daar biologie, anatomie en fysiologie aan toe. Humane wetenschappen kijkt breder en abstracter, met kunstbeschouwing en politieke wetenschappen erbij, en zonder die natuurwetenschappelijke component. Wil je later richting zorg, hulpverlening of onderwijs, dan sluit Welzijnswetenschappen nauwer aan. Wil je een zo breed mogelijk menswetenschappelijk vertrekpunt, dan is Humane wetenschappen de betere keuze.
Wat na deze richting?
Je haalt een diploma secundair onderwijs en je bent voorbereid op hoger onderwijs. Vooral opleidingen in zorg, welzijn, onderwijs en gedragswetenschappen sluiten naadloos aan.
Opties in het hoger onderwijs
- Professionele bachelor verpleegkunde, vroedkunde, sociaal werk, orthopedagogie of gezinswetenschappen.
- Professionele bachelor onderwijs, voor kleuter-, lager of secundair onderwijs.
- Academische bachelor en master psychologie, pedagogische wetenschappen, sociologie of criminologie.
- Logopedie, ergotherapie of andere paramedische opleidingen.
3e graad
Opvoeding en begeleiding
Domein
Maatschappij en welzijn
Finaliteit
Dubbele finaliteit
Je leert werken met kinderen van 0 tot 12 jaar en je oriënteert je daarnaast op het begeleiden van mensen met een beperking. Ontwikkelingspsychologie, pedagogiek en orthopedagogiek geven je het kader, activiteiten uitwerken en begeleiden is de praktijk. Je loopt stage in de kinderopvang en aanverwante settings. Creativiteit en verantwoordelijkheidszin zijn je belangrijkste werkinstrumenten.
Lessentabel
Vak |
5e jaar |
6e jaar |
|---|---|---|
| actualiteit | 0 | 1 |
| aardrijkskunde | 1 | 1 |
| Engels | 2 | 3 |
| esthetica | 1 | 0 |
| expressie | 1 | 1 |
| Frans | 3 | 2 |
| geschiedenis | 1 | 1 |
| godsdienst | 2 | 2 |
| lichamelijke opvoeding | 2 | 2 |
| natuurwetenschappen | 1 | 1 |
| Nederlands | 3 | 3 |
| opvoedkunde * | 12 | 12 |
| eurolab | 1 | 1 |
| wiskunde | 2 | 2 |
| Totaal | 32 | 32 |
Voor wie?
Je werkt graag met kinderen. Een spel bedenken, troosten wanneer het misgaat, een groep meekrijgen zonder te roepen: daar ben je goed in, of je wil er goed in worden. Je bent creatief, sociaal en communicatief. Je leert vanuit concrete situaties en je wil daarnaast begrijpen hoe kinderen zich ontwikkelen en waarom een bepaalde aanpak wel of niet werkt.
Wat verwachten we van jou?
We verwachten verantwoordelijkheidszin, want met kinderen werken is vertrouwen krijgen. Dat betekent stipt zijn, afspraken nakomen, discreet omgaan met wat je op stage ziet en hoort. Daarnaast verwachten we initiatief en creativiteit: zelf een activiteit uitwerken, materiaal klaarzetten, bijsturen wanneer het anders loopt dan gepland. En we verwachten dat je de theorie erbij haalt om je keuzes te verantwoorden.
Wat leer je?
- Ontwikkelingspsychologie van 0 tot 12 jaar.
- Pedagogiek en orthopedagogiek: opvoeden en begeleiden vanuit een doordacht kader.
- Kinderopvang: verzorging, activiteiten, dagindeling en samenwerking met ouders.
- Je oriënteren op het begeleiden van mensen met een beperking.
- Gezondheidsbevordering, sociaal gedrag en communicatie.
- Relevante wetgeving en deontologie, plus veel praktijk en stage in echte settings.
Wat na deze richting?
Je behaalt een diploma secundair onderwijs. Wil je meteen als kinderbegeleider aan de slag, dan volg je bij ons het zevende jaar Kinderbegeleider, waarmee je de beroepskwalificatie behaalt. Wil je liever verder studeren, dan kan je na je zesde jaar rechtstreeks naar het hoger onderwijs.
Opties in het hoger onderwijs
- Professionele bachelor pedagogie van het jonge kind.
- Professionele bachelor orthopedagogie of sociaal werk.
- Professionele bachelor onderwijs, voor kleuteronderwijs of lager onderwijs.
- Professionele bachelor gezinswetenschappen of toegepaste psychologie.
- Graduaat orthopedagogische begeleiding.
* Opvoedkunde omvat pedagogie en pedagogisch handelen, psychologie, de maatschappelijke context van het werkveld, en stage.