Je leert werken met kinderen van 0 tot 12 jaar en je oriënteert je daarnaast op het begeleiden van mensen met een beperking. Ontwikkelingspsychologie, pedagogiek en orthopedagogiek geven je het kader, activiteiten uitwerken en begeleiden is de praktijk. Je loopt stage in de kinderopvang en aanverwante settings. Creativiteit en verantwoordelijkheidszin zijn je belangrijkste werkinstrumenten.
Jouw vergelijking
Kom hieronder de verschillen en gelijkenissen tussen jouw gekozen richtingen te weten!
Scroll en kom de verschillen te weten.
De verschillen zijn aangeduid in het roos.
3e graad
Opvoeding en begeleiding
Domein
Maatschappij en welzijn
Finaliteit
Dubbele finaliteit
Lessentabel
Vak |
5e jaar |
6e jaar |
|---|---|---|
| actualiteit | 0 | 1 |
| aardrijkskunde | 1 | 1 |
| Engels | 2 | 3 |
| esthetica | 1 | 0 |
| expressie | 1 | 1 |
| Frans | 3 | 2 |
| geschiedenis | 1 | 1 |
| godsdienst | 2 | 2 |
| lichamelijke opvoeding | 2 | 2 |
| natuurwetenschappen | 1 | 1 |
| Nederlands | 3 | 3 |
| opvoedkunde * | 12 | 12 |
| eurolab | 1 | 1 |
| wiskunde | 2 | 2 |
| Totaal | 32 | 32 |
Voor wie?
Je werkt graag met kinderen. Een spel bedenken, troosten wanneer het misgaat, een groep meekrijgen zonder te roepen: daar ben je goed in, of je wil er goed in worden. Je bent creatief, sociaal en communicatief. Je leert vanuit concrete situaties en je wil daarnaast begrijpen hoe kinderen zich ontwikkelen en waarom een bepaalde aanpak wel of niet werkt.
Wat verwachten we van jou?
We verwachten verantwoordelijkheidszin, want met kinderen werken is vertrouwen krijgen. Dat betekent stipt zijn, afspraken nakomen, discreet omgaan met wat je op stage ziet en hoort. Daarnaast verwachten we initiatief en creativiteit: zelf een activiteit uitwerken, materiaal klaarzetten, bijsturen wanneer het anders loopt dan gepland. En we verwachten dat je de theorie erbij haalt om je keuzes te verantwoorden.
Wat leer je?
- Ontwikkelingspsychologie van 0 tot 12 jaar.
- Pedagogiek en orthopedagogiek: opvoeden en begeleiden vanuit een doordacht kader.
- Kinderopvang: verzorging, activiteiten, dagindeling en samenwerking met ouders.
- Je oriënteren op het begeleiden van mensen met een beperking.
- Gezondheidsbevordering, sociaal gedrag en communicatie.
- Relevante wetgeving en deontologie, plus veel praktijk en stage in echte settings.
Wat na deze richting?
Je behaalt een diploma secundair onderwijs. Wil je meteen als kinderbegeleider aan de slag, dan volg je bij ons het zevende jaar Kinderbegeleider, waarmee je de beroepskwalificatie behaalt. Wil je liever verder studeren, dan kan je na je zesde jaar rechtstreeks naar het hoger onderwijs.
Opties in het hoger onderwijs
- Professionele bachelor pedagogie van het jonge kind.
- Professionele bachelor orthopedagogie of sociaal werk.
- Professionele bachelor onderwijs, voor kleuteronderwijs of lager onderwijs.
- Professionele bachelor gezinswetenschappen of toegepaste psychologie.
- Graduaat orthopedagogische begeleiding.
* Opvoedkunde omvat pedagogie en pedagogisch handelen, psychologie, de maatschappelijke context van het werkveld, en stage.
3e graad
Humane wetenschappen
Domein
Maatschappij en welzijn
Finaliteit
Doorstroom
Je onderzoekt de mens en de samenleving vanuit meerdere wetenschappen tegelijk. Filosofie, kunstbeschouwing, sociale en gedragswetenschappen en politieke wetenschappen komen samen in één brede blik. Met statistiek leer je wetenschappelijk onderzoek beoordelen. Je leert vooral scherp denken, argumenteren en verbanden zien.
Lessentabel
Vak |
5e jaar |
6e jaar |
|---|---|---|
| aardrijkskunde | 1 | 1 |
| Engels | 2 | 2 |
| filosofie | 2 | 2 |
| Frans | 3 | 3 |
| geschiedenis | 2 | 2 |
| godsdienst optie CLIL | 2 | 2 |
| kunstbeschouwing | 1 | 1 |
| lichamelijke opvoeding | 2 | 2 |
| maatschappelijk project | 1 | 2 |
| natuurwetenschappen | 2 | 1 |
| Nederlands | 4 | 4 |
| eurolab | 1 | 1 |
| sociale en gedragswetenschappen | 5 | 5 |
| statistiek | 1 | 1 |
| wiskunde | 3 | 3 |
| Totaal | 32 | 32 |
Voor wie?
Je stelt de grote vragen. Waarom is een samenleving georganiseerd zoals ze is, wat maakt macht rechtvaardig, waarom raakt een schilderij of een film je? Je leest graag, je discussieert graag en je kan een standpunt onderbouwen zonder je stem te verheffen. Abstract denken ligt je, complexe leerstof verwerk je vlot en je ziet snel verbanden tussen filosofie, kunst, politiek en gedrag.
Wat verwachten we van jou?
We verwachten dat je serieus studeert en tegelijk nieuwsgierig blijft. Naast het instuderen van theorieën vragen we dat je ze kritisch bevraagt en toepast op de actualiteit. Deelnemen aan het gesprek in de klas hoort erbij, net als respect voor meningen die niet de jouwe zijn. Statistiek is een volwaardig onderdeel, dus wegkijken van cijfers kan niet. En we verwachten dat je leest, ook buiten wat verplicht is.
Wat leer je?
- Filosofie: de mens, de wereld, goed en kwaad, zingeving.
- Kunstbeschouwing: kunstwerken analyseren naar vorm, inhoud, context en functie binnen een kunsthistorisch kader.
- Sociale en gedragswetenschappen: hoe individuen en groepen zich gedragen en organiseren.
- Politieke wetenschappen: macht, instellingen en besluitvorming in de hedendaagse samenleving.
- Statistiek: wetenschappelijk onderzoek lezen, verwerken en beoordelen.
Wat is het verschil met Welzijnswetenschappen?
Humane wetenschappen is het breedst en het meest abstract. Je bekijkt de mens vanuit meerdere wetenschapsgebieden tegelijk, inclusief kunst en politiek, en je werkt sterk theoretisch. Welzijnswetenschappen kiest voor een concreter vertrekpunt, met gezondheid, welzijn en onderwijs als toepassingsgebied, en voegt anatomie, fysiologie en orthopedagogiek toe. Kort gezegd: Humane wetenschappen wil vooral begrijpen, Welzijnswetenschappen wil begrijpen om toe te passen.
Wat na deze richting?
Je bent voorbereid op een brede waaier aan academische en professionele opleidingen. Deze richting sluit geen deuren, maar ze bereidt je niet specifiek voor op een beroep. Verder studeren is dus het uitgangspunt.
Opties in het hoger onderwijs
- Rechten, criminologie, politieke wetenschappen of sociologie.
- Psychologie of pedagogische wetenschappen.
- Communicatiewetenschappen, journalistiek of kunstwetenschappen.
- Geschiedenis, wijsbegeerte of taal- en letterkunde.
- Professionele bachelor onderwijs, sociaal werk of orthopedagogie.